Beroep zorgsector tegen NZa gegrond verklaard
25 mei 2011
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft het beroep dat de Brancheorganisaties Zorg (BoZ) samen met een negental zorgorganisaties hadden aangetekend tegen een tariefbeschikkingen van de NZa, gegrond verklaard. De BoZ en de zorgorganisaties hadden bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop de indexering van de overheidsbijdrage in de arbeidskosten-ontwikkeling, de zogenaamde ova, in de tarieven was verwerkt. Deze ova-indexering zou in de ogen van de BoZ ten onrechte in twee delen worden verrekend: een voorlopig percentage van 1% in het eerste jaar en de rest pas in het jaar daarop. Dat betekent dat instellingen verhogingen van de arbeidskosten van honderden miljoenen euro’s tot meer dan 1 miljard euro voor een groot deel moeten voorfinancieren. De kosten daarvan lopen in de tientallen miljoenen euro’s, afhankelijk van de rente die daarvoor op (extra) leningen betaald moet worden. Dat leidt tot een onnodige lastenverzwaring voor zorginstellingen.
De ova is bedoeld om een marktconforme arbeidsvoorwaardenontwikkeling mogelijk te kunnen maken. De stijging van de arbeidskosten door CAO-afspraken kan worden afgedekt doordat de ova in de tarieven is opgenomen. Marktconforme CAO’s zijn voor de zorgsector van groot belang om te kunnen concurreren op de arbeidsmarkt. In de nabije toekomst zijn er veel nieuwe medewerkers nodig in de zorg. De tariefbeschikkingen van de NZa waar bezwaar tegen werd gemaakt, gelden voor een groot deel van de zorgsector.
Het CBb heeft het bezwaar van de BoZ-partijen gegrond verklaard, omdat de NZa onvoldoende de belangen van de zorgorganisaties heeft onderzocht en gewogen en het besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. De BoZ wil nu met de NZa en het ministerie van VWS in overleg om te bezien hoe tot een correcte verwerking van de ova in de tarieven kan worden gekomen.
Download de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven





